Knowledge

Dossier Zakenadvocaten: Voortborduren op het Artikel in De Standaard

 

 

Ieder die Pascal Dendooven (De Standaard) een beetje kent of volgt, weet dat eenmaal hij zijn tanden in een onderwerp zet, hij niet vlug weer los laat.  Jan Coenewas zo een onderwerp. De zakenadvocatuur is er ook zo een. Vandaag neemt hij in De Standaard de sector opnieuw onder de loep in het artikel "Zakenadvocaten mikken allemaal op de top." Ditmaal start hij vanuit een analyse van de directories, zoals Chambers,European Legal 500 en Who's Who Legal.
 Het artikel komt tot de volgende conclusies:
1.De zakenadvocatuur is de voorbije jaren gesaneerd. Capaciteit heeft plaatsgemaakt voor rendabiliteit;
2.De Belgische markt lijkt in een definitieve plooi te vallen. De grote fusies in het Belgische advocatenlandschap lijken voorbij. Er zijn wel nog individuele transfers;
3.Allen & Overy en Linklaters De Bandt hebben, ondanks de voorspellingen, toch hun full servicekarakter behouden en domineren nog steeds de markt. In een aantal marktsegmenten krijgen ze wel te maken met ambitieuze uitdagers;
4.Er is een tendens tot nichevorming;
5.In het corporate segment mikken alle advocaten op de top en de grote deals (aldus een waarnemer).
Pascal Dendooven weet zoals gewoonlijk de hete hangijzers te vinden. Ik zou zijn conclusies wat willen uitdiepen en spekken met eigen inzichten.
Directories
Voorafgaandelijk wil ik toch even mijn bedenkingen bij de directories herhalen. Zie mijn artikel: “Advocaten, laat u niet Lijmen / Het Been.” De kwaliteit van de directories is niet altijd onberispelijk. Hoewel ook zij verder professionaliseren, blijven er aanzienlijke gaten zitten in hun analyse van de Belgische markt. De Belgische markt (behalve het competition gedeelte) is voor hen zeker geen topprioriteit. De onderzoekers zijn vaak jong, onervaren, gevestigd in Londen en hebben te weinig tijd om echt de markt te doorgronden. Ze worden daarom in de eerste plaats ‘gevoed’ door de advocatenkantoren zelf. Kantoren met professionele marketeers hebben de ressources om deze onderzoekers wat beter te voeden dan andere. En een beetje Angelsaksisch zijn kan ook geen kwaad.
Capaciteit heeft plaatsgemaakt voor rendabiliteit
Ontegensprekelijk. De internationalisatie van enkele grote kantoren een vijftal jaren geleden heeft meteen ook de notie ‘profit per partner’ definitief op de agenda van de meeste vennotenvergaderingen gezet.
Toch is de saneringsoperatie m.i. nog niet afgerond.
   Sommige kantoren hebben harder gesaneerd dan anderen (‘moediger’ volgens de enen, ‘meedogenlozer’ volgens de anderen). Het resultaat is dat, alleszins op korte termijn, de verschillen in ‘profit per partner’ op de Belgische markt groter geworden zijn en nog steeds groeien. Ik vrees dat sommige kantoren een (nieuwe) saneringsoperatie te wachten staat, zeker wanneer de markt opnieuw wat afkoelt. Bovendien lopen de overhead-kosten steeds verder op: informatica, marketing, human ressources etc.
   Grote fusies tussen Engelse en Amerikaanse law firms kunnen geen tien jaar meer uitgesteld worden. De vraag is niet of ze tot stand komen maar wanneer en met wie. De voornaamste belemmering voor dergelijke fusies is vandaag het verschil in ‘profit per partner’ tussen de Engelse en de Amerikaanse kantoren. Ter vergelijking: de Engelse Magic Circle firmsbehaalden in 2005/2006 gemiddelde profits per partner van EUR 1,36 miljoen, hun AmerikaanseWhite-Shoe tegenhangers draaiden gemiddeld maar liefst EUR 1,92 miljoen per vennoot.  Koste wat het kost, de ‘profit per partner’ van de UK firms moet omhoog. Saneren is zeker een optie die in menig geheime agenda voorkomt. De vraag is dan in welke mate grote internationale snoeiacties ook de Belgische markt bereiken.
De Belgische markt lijkt in een definitieve plooi te vallen
Ik ben het eens met de stelling dat grote fusies tussen Belgische advocatenkantoren wellicht achter de rug zijn. De verschillende kantoren hebben zich de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker geprofileerd en de concurrentie is sterk toegenomen. Bovendien hebben de vele individuele transfers tussen kantoren enkele moeilijk te helen wonden geslagen. Dit alles maakt dat het water tussen de kantoren allicht te diep is.
Of de markt daarmee in een definitieve plooi gevallen is, is een andere zaak. Ik vrees dat wat Coudert is overkomen, ook anderen te beurt kan vallen. De ‘profit per partner’ zal opnieuw aan de basis liggen. Als saneringsoperaties zich opdringen, is de kans reëel dat een aantal grotere kantoren alsnog uiteenvallen, misschien wel verdwijnen. De bewegingen zouden m.i. wel eens groter kunnen zijn dan enkele individuele transfers.
Tendens tot nichevorming
‘Full service’ was een geldig verkoopsargument voor advocatenkantoren in de jaren negentig maar is het vandaag niet meer. Ook voor grote M&A deals volstaat een minimale full service capaciteit. Ondernemingen, zeker die met een zekere omvang en interne juridische capaciteit, liggen niet wakker van full service. Ze kennen de markt en weten zeer goed waar ze voor welke diensten moeten aankloppen. Advocaten moeten met een sterker verhaal komen dan ‘full service’ om de nieuwsgierigheid van de General Counsel te prikkelen
Allen & Overy en Linklaters De Bandt, ook al klinken ze enigszins anders dan een aantal jaren geleden, zijn de twee gevestigde full service waarden en marktleiders. De meeste kantoren hebben nu begrepen dat het een onzinnige tactiek is om ze frontaal met een full service verhaal te willen uitdagen. Ze concentreren zich nu op hun eigen sterktes en trachten zich te differentiëren in één of meerdere niches. Het gevolg is dat, zoals in het artikel gemeld wordt, de Grote Twee het in de verschillende juridische deelgebieden steeds meer tegen verschillende concurrenten moeten opnemen. In de toekomst zal de vraag “Wie zijn de topkantoren in België” steeds meer moeten beantwoord worden met de tegenvraag: “De top waarin?”
In het corporate segment mikken alle advocaten op de top deals
Aldus een waarnemer. Ik mag hopen dat de waarnemer het bij het verkeerde eind heeft want anders zijn nogal wat advocaten energie aan het verspillen. Volgens mijn eigen informatie moet je die stelling met een korrel zout nemen. De realiteit is dat de megadeals in België verdeeld worden onder een klein kransje van kantoren. Het volstaat om het Trends artikel ‘De Megadeals van 2005’ te analyseren om te definiëren wie tot de uitverkorenen behoren. 
De andere kantoren hebben m.i. de trein gemist en het wordt erg moeilijk om hem nog in te halen. Ze mogen hopen op de occasionele appel uit de kast, maar verder focussen ze best op de ‘second tier’ deals. Ook deze deals kunnen behoorlijk rendabel zijn en ze zijn groter in aantal. Bovendien spelen in deze transacties andere argumenten bij de keuze van de advocaten: het kostenplaatje, de sectorkennis, persoonlijke relaties… In tegenstelling tot wat de waarnemer blijkbaar waargenomen heeft, neem ik zelf waar dat er nogal wat kantoren dit begrepen hebben en hun inspanningen niet langer op de megadeals richten. Je moet niet luisteren naar wat advocaten claimen, je moet kijken wat ze doen.

 

Barend Blondé | 7 August 2006 |

This entry is related to following topics