Knowledge
“Ideale maten” van een advocatenkantoor
Een interessante discussie op www.advocatie.nl naar het ‘streefgewicht van een advocatenkantoor’.
“Bij Amerikaanse topkantoren vertraagt de inzet van extra advocaten de inkomstengroei, meldt The American Lawyer. Groeien is gemakkelijk; winstgevend groeien lijkt problematisch."
Ongetwijfeld correct maar enkel relevant als men ‘profit per partner’ neemt als maatstaf voor het succes van een advocatenkantoor, wat men in de Angelsaksische pers graag doet. De evolutie van ‘Profit per partner’ doet zowat dienst als het equivalent van de evolutie van het aandeel van een beursgenoteerd bedrijf.
Een kromme redenering uiteraard. Een cruciaal verschil tussen ‘partners’ en ‘aandeelhouders’ is dat de overgrote meerderheid van de ‘partners’ het niet enkel om het geld doen. Het wordt vaak anders voorgesteld maar de meeste advocaten die ik ken, putten hun arbeidsvreugde evenzeer uit niet-materiële bestanddelen. Uit de complexiteit van de juridische materie, bij voorbeeld. Of uit de samenwerking met cliënten. Uit de erkenning die ze krijgen voor hun resultaten. Uit de cultuur, de gemeenschappelijke visie en de waarden die ze delen met hun kantoorgenoten.
En dit geldt voor advocaten in grote kantoren zowel als kleine kantoren.
De beslissing om te groeien –of in te krimpen- kan dus evengoed ingegeven zijn door andere, even valabele, objectieven dan louter de winstgevendheid per vennoot. Alles hangt af van de doelstellingen achter de beslissing.
“Frank Kwakman, hoogleraar management, stelt 'zestig man' als 'ideale omvang' voor een advocatenkantoor. Niet omdat de inkomsten per advocaat er bij een grotere omvang op achteruitgaan, maar omdat grote dienstverleners geen synergie zouden kunnen realiseren tussen hun losse praktijkgroepen.”
Vanuit theoretisch standpunt is er voor deze stelling misschien iets te zeggen, maar in de praktijk klopt het niet. Het is niet zo dat kantoren van die omvang het beter doen dan andere. Misschien in de toekomst, wanneer management binnen de advocatuur een algemene verworvenheid is …
Vandaag echter zijn het andere factoren dan de omvang, die bepalen of een kantoor de vooruitgang boekt die het voor ogen heeft. Die kernfactoren zijn leiderschap, een gemeenschappelijke visie, de moed om te investeren, de ‘drive’ van de individuele advocaten en de drang om te excelleren. Het zijn krachtige persoonlijkheden, niet per se de ‘rainmakers’ maar wel de ‘opperhoofden’, die vandaag het verschil maken, ongeacht het aantal advocaten.
Barend Blondé | 17 May 2006 |
This entry is related to following topics
